
Een PKT-installatie bestaat uit 3 niveau's:
De gebruikersbadge of tag zorgt voor de gegevensoverdracht tussen de autonome en de centrale software. De toegangsregelingen zijn , zoals bij een klassiek toegangscontrolesysteem, vrij definieerbaar en individueel aanpasbaar in de software.
Telkens een gebruiker aan een online master lezer een badge aanbiedt, worden de actuele toegangsrechten van die gebruiker op de badge geschreven en bewaard. De offline deurterminal leest die informatie van een aangeboden badge en geeft de gebruiker al dan niet toegang.
In de andere richting worden de boekingen en de batterijstatus van elk beslag op de badge geschreven en worden via een online lezer terug doorgesluisd naar de centrale applicatie voor verdere verwerking en rapportage. Op die manier fungeert de badge dus als een virtueel netwerk.